Deel dit

Vliegen op de OK deel 2 – This is your captain speaking

8 Minuten leestijd

Lees hier Vliegen op de OK deel 1

Piloot Gene van den Berg zag zijn zus Xandra Schyns-van den Berg, anesthesioloog bij het Albert Schweitzer Ziekenhuis, de anesthesiologische scepter zwaaien over twee OK’s tegelijk. Later vloog Xandra met Gene mee in de cockpit en zag ze de over­eenkomsten met de OK. “Het is een soort microkosmos waar op dat moment de actie plaatsvindt.”

Op het moment dat iemand meeloopt, bezie je ook je eigen handelen die dag, is de ervaring van Xandra. “Je hebt twee patiënten op twee OK-kamers, maar daarnaast ligt een patiënt op de uitslaapkamer wakker te worden. Een enkele keer moet je een blok prikken of je moet inspringen bij een collega, dus je bent met meerdere dingen tegelijk bezig. En al sta je bij één patiënt op de OK, dan nog gebeuren er dingen tegelijk, omdat de voorbereidingen voor de operatie doorgaan terwijl jij nog bezig bent de patiënt in te leiden.

Er kan opeens iets ontbreken, de patiënt vraagt nog iets of er komt een intercommelding. Je vangt alle signalen op, ook al betreft het niet de zaken waarmee je bezig bent. Ik ben me er niet bewust van dat ik zo alert ben op wat er gebeurt in mijn omgeving, maar sinds Gene dat heeft opgemerkt, zie ik dat ik het privé ook ben. Dat ik overal altijd van alles opmerk, dat is een gevolg van mijn beroep denk ik.” Gene noemt het een familiekwaaltje. “Dat had ik ook al voordat ik ging vliegen, maar in de luchtvaart is dat precies hetzelfde. Een soort beroepsdeformatie.

We hebben regelmatig mensen die in de cockpit komen en vragen: ‘hoe versta jij die radio’s allemaal en hoe snap je wat er allemaal wordt gezegd?’ Je hebt een gehoor ontwikkeld voor bepaalde toonsoorten, zodat je die dingen opvangt en op dat moment de rest kan blokkeren. Tijdens mijn dag op de OK kon Xandra ook dingen aan mij uitleggen, dan even iets anders doen om vervolgens verder te gaan met ons gesprek.” Gene noemt het een radar. Alert zijn op alles. “Maar je hebt niet alleen die radar”, zegt Xandra, “je negeert ook dingen die niet relevant zijn. En we hebben bepaalde voelsprieten voor dingen die niet eens zichtbaar of hoorbaar zijn.”

Choreografie

Gene vond het een wereldse ervaring om zijn zus aan het werk te zien in de OK. “De manier van werken en het teamverband op de operatiekamer is een soort choreografie van bepaalde acties. In de luchtvaart hebben we dat ook, maar meer voorspelbaar. Enkele variabelen die wij ter plekke bekijken zijn het weer, het terrein, ander verkeer en de geluiden eromheen. De rest staat allemaal beschreven.

Een motorstoring klinkt heel heftig voor een passagier, maar daar zijn we grondig in getraind. In een operatiekamer heerst ook controlled chaos. Bekende processen voor de mensen die er werken, maar hectisch voor een buitenstaander.” Xandra geeft aan dat de simulatietrainingen die in de luchtvaart worden gedaan nog niet overal standaard zijn in de Nederlandse ziekenhuizen. “Het is goed om de crew resource management-trainingen weer actief op te pakken na de lockdowns. Het samen oefenen voor een calamiteit zorgt ervoor dat iedereen weet wat zijn of haar rol is, want soms kan dat onoverzichtelijk zijn. Om één keer per maand een middag van 15.00 tot 17.00 uur een scenariotraining te doen op alle OK’s met steeds wisselende teams, dat zou geweldig zijn.”

Wisselende teamsamenstelling

In de luchtvaart is iedereen zo getraind dat eenieder precies hetzelfde werk kan doen, ongeacht of mensen elkaar kennen. “De meeste van mijn collega’s leer ik pas een uur voor de vlucht kennen”, zegt Gene. “We gaan ervan uit dat de ander zijn training zodanig op orde heeft, dat hij in staat is om dingen te doen zoals wij verwachten. Dat is denk ik het grote verschil met de medische wereld. Onze wereld is veel simpeler, met minder keuzes en minder potentieel levens­bedreigende situaties.”

Ondanks dat het ziekenhuis waar Xandra werkt een stuk kleiner is dan de KLM en de meeste mensen op de OK elkaar wel kennen, is het toch handig om herkenbaar te zijn, zeker bij calamiteiten. “En vooral op locaties zoals de SEH, waar wij relatief niet zo vaak komen. Een Australische anesthesioloog, Rob Hackett, is een paar jaar geleden begonnen met zijn naam en functie op zijn OK-muts te zetten, zodat duidelijk is wie je moet aanspreken. Ook al zie je dit systeem wel steeds vaker op SEH’s, in de Nederlandse operatiekamers komt het nog niet optimaal van de grond; jammer, want ik vind het een goed systeem, met toegevoegde waarde voor kwaliteit en veiligheid.”

GENE: “In een operatiekamer heerst een controlled chaos“

Een ingreep op de OK wordt altijd gestart met de TOP-procedure (time-out procedure), die is bedoeld voor het hele OK-team om te checken of alles rondom de patiënt in orde is, of de chirurg zijn materialen heeft, of de anesthesioloog en het hele team alles weten van de patiënt als het gaat om ziektes, antistolling en allergieën, of alles klaar staat en of de patiënt de juiste patiënt is. “Dit om de veiligheid van de patiënt te bevorderen.” Ze is ook voorstander van een checklist zoals die in de luchtvaart wordt gebruikt, mits er geen onzinnige zaken worden gecheckt. “En de Trans Cockpit Authority Gradient”, vult Gene aan. “Dat is de manier waarop we elkaar durven aanspreken op onze functie, zonder elkaar persoonlijk te kwetsen. De eindverantwoordelijkheid ligt bij de captain, maar we doen het samen. Het team wordt alleen maar versterkt door een redelijk vlakke Trans Cockpit Authority Gradient, dus minder hiërarchie.”

Calamiteiten

“Wij hebben een just culture, een cultuur waarin iedereen wordt aangespoord om dingen te melden zonder dat daar straffen tegenover staan”, vervolgt Gene. “Dit zorgt ervoor dat wij meer data hebben. Niet alleen in het zelflerende rapportagesysteem of de zwarte doos, maar ook rapportage van bijna-incidenten. Daar kan weer van worden geleerd. Wij zijn gewend dat alles wordt opgenomen. De cockpitrecorder wordt een halfuur na landing automatisch gewist. Dat zou je in de operatiekamer ook kunnen doen.”

Xandra beaamt dat incidenten en complicaties beter gemeld zouden kunnen en moeten worden. Bij calamiteiten is volgens Gene een tunnel­visie het grootste gevaar. “Dat je alleen focust op je eigen ding. Dan moet je juist in de procedures blijven en de ander blijven controleren, zodat je samenwerkt en elkaar dus niet tegenwerkt. Dat is wat in de simulator wordt getraind.” In moeilijke situaties denkt Xandra hardop. “Ik wil namelijk dat het team om mij heen weet wat ik doe, wat ik denk, wat ik heb gezien. Dat is mijn manier om ervoor te zorgen dat het hele team grip houdt op de situatie.” Gene lacht: “Ik doe precies hetzelfde, ik denk ook hardop in moeilijke situaties. Ik moet alleen proberen om dat niet te doen, want dan leid ik mijn collega af die met zijn eigen procedures bezig is.”

Rustmomenten

Als het gaat om rustmomenten, vindt Xandra dat die er tijdens een OK-dag voldoende zijn, al zijn er geen pauzes ingebouwd. “Ik verplaats me tussen verschillende OK’s. Als ik er niet ben, is de anesthesiemedewerker er altijd, dus ik heb wel tijd om even koffie te drinken of wat te eten. Tijdens diensten is dat anders. Bij een zware spoed-OK midden in de nacht kan het wel eens gebeuren dat je na vijf uur denkt, jeetje, ik moest naar de wc, maar ben het vergeten.

Xandra: “De intense focus is heel herkenbaar”

Je werkt dan onder zo’n druk en stress, dat je geen rustmoment hebt.” In de luchtvaart is dat beter geregeld. Gene: “Er is altijd tijd voor een kop koffie of flesje water, we krijgen een lekkere maal­tijd geserveerd. We worden iedere 20 minuten door cabinepersoneel bezocht, voor de veiligheid. Bij langere vluchten gaat een derde vlieger mee, zodat wij kunnen rusten in een bed. Een belangrijk gedeelte van ons Safety Management System heet fatigue risk management. Daarbij wordt ook gekeken naar alle tijdszones waar we doorheen vliegen en hoe we daarmee omgaan. Het gaat om fit naar je werk komen, veilig werken, elkaar helpen als er iets aan de hand is, procedures volgen en situaties die niet veilig zijn melden. Het komt allemaal bij elkaar in de just culture. Fit zijn is daar een heel belangrijk onderdeel van.”

Mocht in het ziekenhuis iemand niet ‘fit to fly’ zijn, dan is er een achterwacht. “We kunnen altijd terugvallen op de tweede dienstdoende anesthesioloog”, zegt Xandra. “In het ziekenhuis wordt wel anders omgegaan met de fitheid van mensen. Als iemand thuis ernstige problemen heeft of een zieke naaste, dan is dat voor de KLM reden om iemand niet te laten vliegen. In het ziekenhuis melden mensen zich minder vaak ziek in dat soort situaties.”

Vergelijking

Voor Xandra was het meevliegen met Gene ook een hele ervaring. “Opstijgen en landen is eigenlijk net als inleiden en uitleiden. Ik ben heel gefocust om alle lijnen en tubes goed op hun plek te krijgen en de medicijnen precies te doseren, en Gene is heel precies bezig met besturen en alle relevante procedures.

Die intense focus is heel herkenbaar.” Ook de samenwerking tussen cockpit en cabinepersoneel viel Xandra op. “Ze vullen elkaar goed aan en je hebt geen idee dat mensen binnen het team elkaar soms niet eens kennen.” Gene stuurt voorafgaand aan de vlucht de hele crew altijd een mail. “Dat wordt gezien als iets sociaals, maar ik zie het ook als flight safety, als onderdeel van de communi­catie. Ik wil laten zien dat mijn voordeur altijd open staat, waardoor ik ook veel sneller wordt betrokken in processen die anders gaan dan normaal.” Xandra her­kent dat wel. “Elkaar kennen, erkennen en waarderen in alle functies is zo belangrijk binnen een team. Ik vertrouw de mensen met wie ik werk.”

Xandra stipt nog even een verschil aan: “Gene kent zijn passagiers niet, maar wij kennen onze patiënt wel. Ik zorg altijd dat ik een nieuwe patiënt ontmoet voordat ik hem onder anesthesie breng. Dat ik oogcontact heb gehad en kennis heb gemaakt, dat ik de patiënt op zijn gemak stel met een grapje en meega in hun vragen en gevoelens. Ik voel me op het moment dat de patiënt onder anesthesie is de eindverantwoordelijke voor diens welzijn en veiligheid. Hij kan op dat moment namelijk zelf niet over zijn eigen veiligheid waken.”

Gene heeft zich voorgenomen om altijd de passagiers te bezoeken. “Als ik de kans krijg, loop ik door het vliegtuig om te laten zien dat ik er ben en om elke persoon op de vlucht te zien. Voor de vlucht met Xandra heb ik bijvoorbeeld met een passagier gesproken die vliegangst had.” Voor Xandra is het grootste verschil tussen de cockpit en de OK dat in de luchtvaart veel meer standard operating procedures zijn, terwijl op de OK de procedures en het beleid steeds worden aangepast aan de omstandigheden. “In de luchtvaart is alles technisch, met veel human factors eromheen, maar op de OK vormt de patiënt zelf ook een belangrijke human factor.